Historiek NL

Naar het einde van de 19e eeuw toe verwierf België niet alleen wereldfaam op technisch, wetenschappelijk en artistiek vlak, maar ook op pedagogisch vlak. Daardoor kende ons land op onderwijsgebied niet alleen een internationale bekendheid maar oefende het ook een grote aantrekkingskracht uit. Die aantrekkingskracht ging ook uit van het Waverse Instituut der Religieuzen Ursulinen. De goede bereikbaarheid, de gezonde landelijke ligging, de mooi verzorgde gebouwen op een domein van circa 10 hectaren en een modern en degelijk onderwijsaanbod maakten het instituut tot ver over de grenzen bekend.
   
De dochters uit de gegoede en kosmopolitisch georiënteerde burgerij kwamen er vanuit binnen- en buitenland terecht in een architecturale omgeving die bij hun sociale klasse paste. De ideeën van de internationale beweging rond ‘l’Art à l’école’ kregen daarbij een haast perfecte vertaling. Het gebouwencomplex werd daardoor, naast een comfortabel geheel, vooral ook een gebouw waar decoratie, lichtinval en ruimtelijke organisatie zorgen voor een aangenaam gevoel bij de steeds maar groeiende aantallen leerlingen. Het is ook bedoeld als een stimulerende omgeving voor leergierige jonge meisjes.
   
De opvallende wintertuin in art nouveau is een bijzondere artistieke realisatie met wereldwijde uitstraling. Het uitzonderlijk bouwprogramma, de schaalgrootte en de verfijnde en kwalitatief hoogstaande decoratieve uitwerking maken dit ensemble immers nagenoeg uniek, zeker als vrij vroege uiting van buitenstedelijke art nouveau. Ook het feit dat de wintertuin kadert in de pedagogische opvattingen van een katholiek onderwijsinstituut is vrij uitzonderlijk. Hierdoor dient zelfs de gangbare visie op de Belgische art nouveau, die deze progressieve stijl meestal in een exclusief liberaal-vrijzinnige context plaatst, ten dele genuanceerd te worden.    
Het unieke van de rest van het complex ligt verder vervat in de vrij goed bewaarde en zeer verzorgde eclectische wederopbouwinterieurs waarbij diverse stijlen elkaar in harmonie afwisselen. De decoratie is daarbij niet alleen steeds sterk symbolisch geladen maar dient in overeenstemming met zijn hoofdfunctie naast esthetische ook didactische doeleinden. Daardoor is het instituut een prachtig voorbeeld van wederopbouwarchitectuur geworden, waarin duidelijk wordt dat men lang na de bloeitijd van de neo-stijlen en de art nouveau zich nog uitstekend in deze stijlen kon inleven en ook over de nodige vakbekwaamheid beschikte om in deze stijlen te werken.
   
Verder is het omliggende domein een prachtig voorbeeld van de park- en groenaanleg rond een landelijk gelegen meisjespensionaat. Conceptueel vormt het een ondeelbaar geheel met de beschermde schoolgebouwen. De hoge kwaliteit van de gebouwen wordt voortgezet in de kwaliteit van aanleg en uitwerking van de natuurlijke omgeving met zijn verscheidenheid aan waardevolle, vaak unieke erfgoedelementen binnen de domeinmuren. Het omliggende domein versterkt in belangrijke mate de betekenis en een goed begrip van het gebouwde patrimonium, en verdient dan ook in de komende jaren bijzondere zorg tot behoud op langere termijn.
 
 
Met dit alles is het instituut exemplarisch voor de functionele, maar ook esthetisch waardevolle Belgische kostschoolarchitectuur. De zachte, harmonisch gecombineerde kleuren, het door glas-in-lood of getint glas gefilterde licht, het gebruik van kwaliteitsvolle materialen, de luchtigheid en ruimtelijkheid van gangen, passages, zalen en lokalen en de virtuositeit waarmee verschillende architecturale stijlen tot één geheel zijn samengebracht, maken dat dit complex als geheel een eigen monumentaliteit heeft die bepalend is voor de omgeving en meer is dan de som van de verschillende waardevolle onderdelen.